Kleding
سِرْبال (ج سرابيل) / ثَوْب (ج ثِياب) / لِباس (ج ألْبِسة)
De wortel ل ب س bevat het idee van “kleding”, maar ook van “verwarring”, “dubbelzinnigheid” en “verhulling”. De twee werkwoorden لبِس (“zich kleden”) en لبَس (“verwarrend maken”) worden overigens vaak met elkaar verward. Het verband ligt in het feit dat de لِباس in zekere zin een tweede huid is, waardoor de schijn “door elkaar gaat lopen”; kleding maakt de persoonlijkheid “onduidelijk”. De eigennaam van de Duivel in het Arabisch is niemand anders dan Iblîs, “de verhuller van de werkelijkheid”, zo je wilt. Omdat de لِباس is wat “aan de huid kleeft”, wordt het woord ook figuurlijk gebruikt in uitdrukkingen als “het gewaad van de honger” of “het gewaad van de vroomheid”.
De wortel ث و ب roept de terugkeer op, zoals in het werkwoord ثاب / يثُوب (“terugkeren”) en in het woord مثابة (“plaats van terugkeer”). Er valt ook een verband te leggen met het woord ثواب (“beloning”), want dat woord roept op wat iemand rechtens “toekomt”. Sommige taalkundigen zien in het woord ثَوْب (dat ook de maṣdar van het werkwoord ثاب is) dan ook een kledingstuk waarnaar men terugkeert, dat wil zeggen: dat ons vertrouwd is.
Het woord سِربال wordt dan weer gebruikt voor kleding die het lichaam beschermt, of het nu tegen hitte, kou of verwondingen is.
يَا بَنِي آدَمَ قَدْ أَنْزَلْنَا عَلَيْكُمْ لِبَاسًا يُوَارِي سَوْآتِكُمْ وَرِيشًا وَلِبَاسُ التَّقْوَى ذَلِكَ خَيْرٌ
Kinderen van Adam! Wij hebben kleding voor jullie neergezonden om jullie naaktheid te bedekken, en ook sieraden. Maar het gewaad van de aandacht, dát is beter. (7:26)
يُحَلَّوْنَ فِيهَا مِنْ أَسَاوِرَ مِنْ ذَهَبٍ وَلُؤْلُؤًا وَلِبَاسُهُمْ فِيهَا حَرِيرٌ
[De tuinen van Eden] die zij zullen binnengaan, getooid met armbanden van goud en met parels, en gekleed in gewaden van zijde. (35:33)
فَكَفَرَتْ بِأَنْعُمِ اللَّهِ فَأَذَاقَهَا اللَّهُ لِبَاسَ الْجُوعِ وَالْخَوْفِ بِمَا كَانُوا يَصْنَعُونَ
En zie, [deze stad] verloochende de weldaden van God; daarop liet Hij haar het gewaad van honger en angst proeven, als prijs voor wat zij deden. (16:112)
وَهُوَ الَّذِي جَعَلَ لَكُمُ اللَّيْلَ لِبَاسًا وَالنَّوْمَ سُبَاتًا وَجَعَلَ النَّهَارَ نُشُورًا
Hij is het die jullie de nacht als mantel heeft gegeven en de slaap als rust, en die de dag heeft ingesteld als opstanding. (25:47)
وَلَا تَلْبِسُوا الْحَقَّ بِالْبَاطِلِ وَتَكْتُمُوا الْحَقَّ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ
Vermeng het valse niet met de waarheid, en verberg de waarheid niet willens en wetens. (2:42)
يُحَلَّوْنَ فِيهَا مِنْ أَسَاوِرَ مِنْ ذَهَبٍ وَيَلْبَسُونَ ثِيَابًا خُضْرًا مِنْ سُنْدُسٍ وَإِسْتَبْرَقٍ مُتَّكِئِينَ فِيهَا عَلَى الْأَرَائِكِ نِعْمَ الثَّوَابُ وَحَسُنَتْ مُرْتَفَقًا
Daar zullen zij getooid worden met armbanden van goud en zich kleden in groene gewaden van fijne zijde en brokaat, leunend op rustbanken. Wat een mooie beloning en wat een prachtig verblijf! (18:31)
وَالْقَوَاعِدُ مِنَ النِّسَاءِ اللَّاتِي لَا يَرْجُونَ نِكَاحًا فَلَيْسَ عَلَيْهِنَّ جُنَاحٌ أَنْ يَضَعْنَ ثِيَابَهُنَّ غَيْرَ مُتَبَرِّجَاتٍ بِزِينَةٍ وَأَنْ يَسْتَعْفِفْنَ خَيْرٌ لَهُنَّ وَاللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ
En wat de vrouwen betreft die de menopauze hebben bereikt en niet meer op een huwelijk hopen: het wordt hun niet aangerekend als zij hun [buiten]kleding afleggen, zonder evenwel met hun sieraden te pronken; maar het is beter voor hen ingetogen te blijven. En God is de Horende, de Wetende. (24:60)
فَالَّذِينَ كَفَرُوا قُطِّعَتْ لَهُمْ ثِيَابٌ مِنْ نَارٍ يُصَبُّ مِنْ فَوْقِ رُءُوسِهِمُ الْحَمِيمُ
Voor wie verloochenen, zullen gewaden van vuur worden gesneden, terwijl er over hun hoofd kokend water wordt gegoten. (22:19)
وَإذْ جَعَلْنَا البَيْتَ مَثَابَةً لِلنَّاسِ وَأَمْناً
[En gedenk] toen Wij van het Huis een plaats van bezoek en een toevluchtsoord voor de mensen maakten. (2:125)
وَجَعَلَ لَكُمْ سَرَابِيلَ تَقِيكُمُ الْحَرَّ وَسَرَابِيلَ تَقِيكُمْ بَأْسَكُمْ
Hij heeft jullie gewaden gegeven die jullie tegen de hitte beschermen, en andere die jullie beschermen tegen het kwaad dat jullie treft. (16:81)
سَرَابِيلُهُمْ مِنْ قَطِرَانٍ وَتَغْشَى وُجُوهَهُمُ النَّارُ
Hun tunieken zullen van teer zijn, en het vuur zal hun gezicht bedekken. (14:50)
De andere proxemieën
- Proxemie: licht en schaduw, wolken en regen
- Proxemie: zee en berg, tuinen en vruchten
- Proxemie: kamelen, paarden en schepen
- Proxemie: de mens en de familie
- Proxemie: huizen, paleizen en kamers
- Proxemie: opstijgen en afdalen
- Proxemie: gaan, komen, terugkeren en blijven
- Proxemie: opstaan, gaan zitten, gaan liggen, slapen en ontwaken
- Proxemie: zien en kijken, horen en luisteren, waarnemen
- Proxemie: spreken en zwijgen
- Proxemie 1: geest en ziel; hart en verstand; lichaam
- Proxemie 2: weten en handelen; begrijpen en zich bewust zijn
- Proxemie 3: willen en kunnen
- Proxemie 4: liefhebben en vrezen
- Proxemie 5: hopen, wanhopen en boos zijn
- Proxemie 6: geloven en twijfelen
- Proxemie 7: goede en slechte daden; beloning en straf
- Proxemie 8: religie, weg, interpretatie
- Proxemie 9: vrijgevigheid en gierigheid
- Proxemie 10: schepping en barmhartigheid
- Proxemie: de armen
- Proxemie: de jaren
- Proxemie: “misschien” (لعلّ en عسى)
- Proxemie: de rijpheid
Koranisch Arabisch leren
Deze betekenisnuances vat je het best in de tekst zelf. Het leerboek Koranisch Arabisch: De taal van de Koran begrijpen leidt je stap voor stap in de taal van de Koran in, met grammatica, woordenschat en oefeningen die uit de koranische tekst zelf komen, zowel voor zelfstudie als voor groepswerk.