Zien en kijken, horen en luisteren, waarnemen

Zien

رَأَى / يَرَى

Dit werkwoord betekent “zien” in de eigenlijke zin, maar ook “een visioen hebben” of “een standpunt hebben”.

مَا زَاغَ الْبَصَرُ وَمَا طَغَى لَقَدْ رَأَى مِنْ آيَاتِ رَبِّهِ الْكُبْرَى

De blik is geenszins afgedwaald en heeft de maat niet overschreden. Hij heeft waarlijk enkele van de verhevenste tekenen van zijn Heer gezien. (53:17-18)

قَالَ يَا بُنَيَّ إِنِّي أَرَى فِي الْمَنَامِ أَنِّي أَذْبَحُكَ فَانْظُرْ مَاذَا تَرَى

[Abraham] zei: “O mijn zoon, ik zie in een droom dat ik je offer. Overweeg [dit] en zeg me wat je ervan denkt.” (37:102)

بصُر ــُـ / أَبْصَرَ يُبْصِرُ

Deze werkwoorden zijn afgeleid van het woord “بَصَر” (de blik). Ze betekenen “zien” in de eigenlijke zin en “helder zien” in figuurlijke zin.

قَالَ بَصُرْتُ بِمَا لَمْ يَبْصُرُوا بِهِ فَقَبَضْتُ قَبْضَةً مِنْ أَثَرِ الرَّسُولِ

Hij zei: “Ik heb gezien wat zij niet gezien hebben: ik heb dus een handvol genomen van het spoor van de Gezant.” (20:96)

قَدْ جَاءَكُمْ بَصَائِرُ مِنْ رَبِّكُمْ فَمَنْ أَبْصَرَ فَلِنَفْسِهِ وَمَنْ عَمِيَ فَعَلَيْهَا

Bronnen van helder inzicht (of klare bewijzen) zijn jullie al van jullie Heer toegekomen. Wie helder ziet, doet dat tot zijn eigen voordeel, en wie blind is, is het tot zijn eigen nadeel. (6:104)

Kijken

نظَر ــُـ

Dit werkwoord betekent gewoonlijk “kijken”, maar het kan ook “wachten” betekenen, zoals het werkwoord “uitkijken (naar)” in het Nederlands.

وَإِنْ تَدْعُوهُمْ إِلَى الْهُدَى لَا يَسْمَعُوا وَتَرَاهُمْ يَنْظُرُونَ إِلَيْكَ وَهُمْ لَا يُبْصِرُونَ

En als je hen naar de rechte weg roept, horen zij niet. En je ziet hen naar je kijken, en [toch] zien zij niet. (7:198)

هَلْ يَنْظُرُونَ إِلَّا أَنْ يَأْتِيَهُمُ اللَّهُ فِي ظُلَلٍ مِنَ الْغَمَامِ وَالْمَلَائِكَةُ

Waar wachten zij op, anders dan dat God tot hen komt in de schaduw van de wolken, samen met de engelen? (2:210)

اِطَّلَعَ يَطّلِعُ على

Dit werkwoord betekent oorspronkelijk “hoogte opzoeken om te observeren”, overeenkomstig zijn wortel, die verheffing oproept. Het wordt vaak gebruikt in de betekenis van “observeren” of “kijken”.

لَوِ اطَّلَعْتَ عَلَيْهِمْ لَوَلَّيْتَ مِنْهُمْ فِرَارًا

Als je hen had geobserveerd, zou je je hebben omgedraaid en op de vlucht zijn geslagen. (18:18)

Horen

سمِع ــَـ

Dit werkwoord, dat “horen” betekent, mag niet verward worden met zijn afgeleide vorm hieronder.

وَإِنْ أَحَدٌ مِنَ الْمُشْرِكِينَ اسْتَجَارَكَ فَأَجِرْهُ حَتَّى يَسْمَعَ كَلَامَ اللَّهِ ثُمَّ أَبْلِغْهُ مَأْمَنَهُ ذَلِكَ بِأَنَّهُمْ قَوْمٌ لَا يَعْلَمُونَ

Als iemand die [aan God] deelgenoten toekent je om bescherming vraagt, neem hem dan op, opdat hij het Woord van God hoort; breng hem daarna naar een plaats waar hij veilig is. [Handel] zo, omdat het mensen zijn die niet weten. (9:6)

Luisteren

اِسْتَمَعَ يَسْتَمِعُ

Dit werkwoord is vorm 8 van het vorige. Het krijgt de betekenis “luisteren”.

قُلْ أُوحِيَ إِلَيَّ أَنَّهُ اسْتَمَعَ نَفَرٌ مِنَ الْجِنِّ فَقَالُوا إِنَّا سَمِعْنَا قُرْآنًا عَجَبًا

Zeg [o Muhammad]: “Mij is geopenbaard dat een groep djinn luisterde en zei: ‘Wij hebben waarlijk een wonderbaarlijke Koran gehoord!’” (72:1)

أذِن ــَـ

Dit werkwoord is gevormd op dezelfde wortel als أُذُن (oor). Het kan dus vertaald worden met “het oor lenen”.

إِذَا السَّمَاءُ انْشَقَّتْ وَأَذِنَتْ لِرَبِّهَا وَحُقَّتْ

Wanneer de hemel openscheurt, en zijn Heer het oor leent en zijn plicht vervult. (84:1-2)

أَنْصَتَ يُنْصِتُ

Dit werkwoord betekent “zwijgen om te luisteren”.

وَإِذَا قُرِئَ الْقُرْآنُ فَاسْتَمِعُوا لَهُ وَأَنْصِتُوا لَعَلَّكُمْ تُرْحَمُونَ

Wanneer de Koran wordt voorgedragen, luister er dan aandachtig naar en wees stil. Misschien zal jullie barmhartigheid worden betoond. (7:204)

أَصْغى يُصْغِي

Dit werkwoord heeft oorspronkelijk de betekenis “naar iets neigen”. Bij uitbreiding kan het “het oor neigen”, dat wil zeggen aandachtig luisteren, betekenen.

وَلِتَصْغَى إِلَيْهِ أَفْئِدَةُ الَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِالْآخِرَةِ

Opdat de harten van hen die niet trouw zijn aan (en niet geloven in) het hiernamaals tot zulke dingen worden aangetrokken. (6:113)

Waarnemen

شعَر ــُـ

Dit werkwoord is gevormd op dezelfde wortel als مشاعِر (gevoelens) en als شاعِر (ج شُعَراء, dichter = hij die aanvoelt). Het betekent letterlijk “een gevoel hebben” of “waarnemen”. In de Koran wordt het alleen in figuurlijke zin gebruikt, in de betekenis van “zich iets realiseren” of “iets opmerken”.

أَمْوَاتٌ غَيْرُ أَحْيَاءٍ وَمَا يَشْعُرُونَ أَيَّانَ يُبْعَثُونَ

Zij zijn dood, en niet levend, en zij [kunnen] niet waarnemen wanneer zij opgewekt zullen worden. (16:21)

أَحَسَّ يُحِسُّ

Dit werkwoord is gevormd op dezelfde wortel als حاسّة (ج حَواسّ, de lichamelijke zintuigen). Het betekent dus letterlijk “waarnemen”. Het wordt ook in figuurlijke zin gebruikt.

فَلَمَّا أَحَسُّوا بَأْسَنَا إِذَا هُمْ مِنْهَا يَرْكُضُونَ

Wanneer zij [de nadering van] Onze strengheid waarnamen, zetten zij het op een lopen. (21:12)

فَلَمَّا أَحَسَّ عِيسَى مِنْهُمُ الْكُفْرَ قَالَ مَنْ أَنْصَارِي إِلَى اللَّهِ قَالَ الْحَوَارِيُّونَ نَحْنُ أَنْصَارُ اللَّهِ

Toen Jezus vervolgens hun ontkenning gewaarwerd, zei hij: “Wie zijn mijn bondgenoten op de weg van God?” De apostelen zeiden: “Wij zijn de bondgenoten van God.” (3:52)

De andere proxemieën

Koranisch Arabisch leren

Deze betekenisnuances vat je het best aan de hand van de tekst zelf. Het leerboek Koranisch Arabisch: De taal van de Koran begrijpen leidt je stap voor stap in de taal van de Koran in, met grammatica, woordenschat en oefeningen die uit de koranische tekst zelf zijn geput, zowel voor zelfstudie als voor groepswerk.